Een schaamlapje ten grote van een businesskaartje (reisverhaal NIGER)



Een schaamlapje ten grote van een businesskaartje door Pierre Mertens

In haar boek ‘Doodlopende Hulpwaarom ontwikkelingshulp niet werkt en wat er wel moet gebeuren’ maakt
Dambisa Moyo een Zambiaanse econome een pijnlijke balans op van de ontwikkelingshulp van de laatste 70 jaar. De hulp heeft gefaald en alvast niet bijgedragen tot economische en culturele groei van het Afrikaanse continent. Meer nog, de hulp heeft bijgedragen tot de verdere aftakeling van de meeste Afrikaanse landen. 

Haar boek begeleidt me op weg naar Niger waar een Parijs Teo2004-team een neurochirurgische missie organiseert in het Nationaal ziekenhuis in Niamey. Eerder dit jaar was ik met het TEO-team uit Bordeaux in Kameroen.
Niger heeft geen rechtstreekse toegang tot de zee. Volgens de VN-index van de menselijke ontwikkeling (2013) is Niger het minst ontwikkelde land ter wereld.

De meer dan 20 miljoen inwoners van het land zijn afhankelijk van de stroom Niger, de rest is woestijn. Ondanks de ernstige voedseltekorten, vangt het land grote aantallen ontheemden op die op de vlucht zijn voor het geweld van Boko Haram.
De rood-bruine dorre vlakte ligt bezaaid met huizen die als broden van eenzelfde klei het landschap tekenen.

Deze week heropent, na vier jaar verbouwing, het koloniaal museum in Tervuren. Dat gaat gepaard met hevige discussie over dékolonialiseren.  Hoe toon je de fouten van het verleden met respect voor de mensen die er onder leden?

Macron geeft gestolen kunstwerken terug aan Benin en spreekt met vertegenwoordigers van de volksopstand met gele vestjes. Die worden ook actief in België waar de regering valt over het UN migratiepact.

Samen met Dambisa Moyo op weg naar Niger, waar er ook kinderen met spina bifida en hydrocefalie geboren worden.  Om de zorg en behandeling voor onze kinderen betaalbaar te houden zet Child-Help zich in om met lokale en westerse experten de actuele medische kennis te vertalen naar de mogelijkheden die beschikbaar zijn in het land. Als alternatief voor dure CT scans kocht Child-Help een echografietoestel aan voor het Bugando ziekenhuis in Mwanza (Tanzania). Betaalbare zorg redt kinderlevens.
Wanneer ik aankom is het Parijse team al naar het ziekenhuis vertrokken en daarom plande ik een afspraak met ‘Aide et Action’. Zij leggen zich toe op de integratie van achtergestelde kinderen in het onderwijs. Met meer dan 40 inclusieve scholen bereiken ze 1200 kinderen over het hele land. Maar daar is geen enkel kind met spina bifida bij. Zij blijven verscholen, vooral vanwege de incontinentie. Wanneer ze droog en proper zijn mogen ze bij hen aankloppen voor onderwijs, maar incontinentie is voor hen iets medisch dat niet binnen hun werkveld valt.  ‘Ook niet als het om integratie in het onderwijs gaat?’: probeer ik. ‘Neen dat is de rol van de gezondheidscentra en die hebben de knowhow niet’ antwoordt Aide et action.  En zo blijven ook hier kinderen met spina bifida verscholen van onderwijs. Community Based rehabilitation (CBR) ziet Aide et Action als het lokaal bundelen van krachten, daar maken ze deel van uit. Maar ook daar is deze specifieke expertise voor incontinentie niet voorhanden.  Zij stellen voor contact te nemen met Humanity en Inclusion (HI), het vroegere Handicap International, maar als het om incontinentie gaat klopt HI bij Child-Help aan. Door hun naam te veranderen breiden ze ‘handicap’ uit tot alle minderheidsgroepen in humanitaire nood. Onze kinderen, die overal al buitenvallen zullen daar niet bij winnen. De grote geldstromen gaan naar humanitaire hulp zoals hongersnood, vluchtelingenkampen en natuurrampen. Maar onze Tsunami van bijna één miljoen nieuwe gevallen per jaar blijft onder de radar. Camera’s kunnen geen miljoen verscholen gezinnen in beeld krijgen. Onze kinderen blokkeren de kruispunten niet met gele vestjes.

Gezondheidscentra dus. Dat sluit aan bij recente vragen die we vanuit Tanzania en Ethiopië krijgen voor ondersteuning van gezondheidscentra. Moeten we gezondheidscentra zien als een deel van CBR voor de medische problemen van kinderen met spina bifida? Misschien. 

De Parijse Teo2004 groep bestaat uit Olivier, een jong gepensioneerde neurochirurg, Martine een neuropediater, een EEG technieker, een verpleegster, een anesthesist en een kinderanimator. Het is hun 14demissie hier.  Ze hebben een langdurige relatie uitgebouwd met het ziekenhuis waarop ik hoop te kunnen bouwen.

Martine heeft voor epilepsie een dienst uitgebouwd, een EEG toestel gedoneerd en een technieker opgeleid. Epilepsie is een groot probleem in Afrika. 5 jaar geleden heeft Teo2004 een speelzaal gefinancierd voor de gehospitaliseerde kinderen. Ze hebben ook nu weer 7 grote zakken bij met vooral medisch materiaal maar ook speelgoed.

De neurochirurg geeft lezingen en woont de patiëntenbespreking bij. Hij reageert heftig wanneer hij hoort dat een kind met een gestabiliseerde hydrocefalie een shunt zou krijgen. ETV, met een rigide scoop, ook door Parijs gedoneerd, doet men onder strikte voorwaarden in maar 30% van de gevallen.  Spina bifida is hier een contra-indicatie.  

Professor Samula
Professor Samula, de hoofdchirurg van het ziekenhuis is onze gastheer. Hij zegt dat de incidentie van spina bifida ook in Niger bijzonder hoog ligt maar exacte cijfers heeft hij niet. Hij krijgt elke dag één tot twee nieuwe kinderen binnen. 
Er zijn nu 6 neurochirurgen en maar één operatiezaal. Op zaterdag en zondag worden alleen urgenties behandeld. En we moeten eerlijk zijn, voegt hij toe, spina bifida en hydrocefalie worden zelden of nooit als dingend gezien. Daardoor is er een wachtlijst van meer dan 200 kinderen, waarop één derde sterft. Ook de anesthesie vergroot de wachtlijst, een kind vraagt meer tijd om voor te bereiden voor chirurgie dan een volwassene en daar is geen geld mee te verdienen. De zorg tot 5 jaar is hier gratis, ook de CT scans. Samula spreekt ronduit en verbergt niets.  Hij heeft in Frankrijk gestudeerd maar vecht voor zijn land en zijn neurochirurgische dienst. 

Hij doe er alles aan omdat de chirurgen die hij opleidt in het land zouden blijven. Wanneer ik hem spreek over de kosten voor de patiënten pleit hij om het land uit de armoede te krijgen. De voedselhulp demotiveert de boeren, er zit water in de grond, waarom niet investeren in watervoorziening. De oude irrigatiesystemen zijn dicht geslipt. Het regent hier maar 2 maand per jaar! Hoewel de zorg gratis is moeten ouders het vervoer, de medicatie, de shunts en sommige andere operatiematerialen betalen. Hij lijkt het eens te zijn met Dambisa Moyo maar is blij met mijn voorstel om voor deze arme bevolking de shunt te doneren.  Zijn grote droom van een neurochirurgisch centrum heeft hij opgeborgen. Daar is nu geen geld voor. Het bestaande uitbreiden en vernieuwen is meer realistisch.
Pierre ontmoet de Ouders in Niger
In de speelzaal zijn een dertigtal ouders samengeroepen en wachten op matten op de grond. Het zaaltje is feestelijk met slingers versierd. Kinderen spelen.  

Chérifaeen wondermooi zesjarig gesluierd meisje met spina bifida kruipt rond met op haar rug een pop, zoals zij nog altijd door haar mama gedragen wordt. Ze poseert met haar oudere zus gretig voor een foto. Chérifa betekent Nobel, eerlijk. Zo zijn haar ogen en haar lach. De drukbezette Samula blijft tot mijn verwondering luisteren. De meeste ouders spreken alleen een lokale taal die ook van elkaar verschild.  Het gesprek wordt gefaciliteerd door twee drie vertalers en waar nodig helpt Samula ook. 
Chérifa en haar popje

Vaders zijn er niet. Veel van deze moeders zijn uit hun gemeenschap uitgestoten omdat met geloofd dat deze kinderen behekst zijn. Dat de duivel bij de zwangere vrouw is binnen gedrongen omdat ze onvoldoende haar lichaam in het openbaar bedekt had. Zo werd het ongeboren kind bezeten. Zij krijgt de schuld en wordt door veel vaders verstoten.

Ik ga voor hen op de grond zitten en vertel dat ik zelf vader ben van een kind met deze handicap. Dat spina bifida over de hele wereld voorkomt. Dat noch ik nog zij, enige schuld treft. Het is een wereldwijd gezondheidsprobleem en dat zij niet alleen staan. 
Er is IF en een hele gemeenschap met kinderen zoals die van hen. Ik vertel hoe sommige van onze kinderen het goed doen, studeren, trouwen en zelf kinderen krijgen. Over Margo die me opvolgde als voorzitter van IF, die zelf een kinderarts is in een rolstoel. Ik moedig hen aan te investeren in de talenten van hun kinderen wanneer de benen niet meewillen. Er komen vragen over hoge kosten, foute behandelingen en wachtlijsten. De mama van Chérifa ontbloot haar kind en toont met wanhoop in de ogen de doorligwonden op haar billetjes. Een rauwe eerlijkheid, maar nobel is het niet.  Een etterend wonde, een kindervuist groot. Een ander moeder doet hetzelfde met haar zoontje van zes: ook twee grote etterende wonden.
Ik leg hen uit dat doorligwonden vooral voorkomen moeten worden. Dat deze kinderen dat niet voelen. Maar dat natuurhoning de wonden desinfecteert en geneest. In dit warm klimaat dat oploopt tot 40° in de schaduw worden deze wonden ook veroorzaakt omdat het kind in de eigen urine en stoelgang zit.
ouders slapen buiten wanneer hun kind wacht op een operatie
Voor de incontinentie ontwikkelde Child-Help betaalbare oplossingen. De incontinentie voor stoelgang kan gemakkelijk worden aangeleerd en kost niet veel geld.
Ik leg hen uit dat doorligwonden vooral voorkomen moeten worden. Dat deze kinderen dat niet voelen. Maar dat natuurhoning de wonden desinfecteert en geneest. In dit warm klimaat dat oploopt tot 40° in de schaduw worden deze wonden ook veroorzaakt omdat het kind in de eigen urine en stoelgang zit. 
Voor de incontinentie ontwikkelde Child-Help betaalbare oplossingen. De incontinentie voor stoelgang kan gemakkelijk worden aangeleerd en kost niet veel geld.  Samula vraagt me hen exact uit te leggen hoe dat gaat. Ik speek van de lavementen over andere dag en van het katheteriseren. Er zijn oplossingen en Child-Help wil ze naar Niger brengen. 
Zal mijn kind kunnen lopen? Wat met scholing? Blijft zo’n shunt altijd zitten, moet je levenslang kateteriseren? Ik luister en antwoord eerlijk op alle vragen. Een moeder getuigt hoe goed haar acht jarig kind het nu doet. Er ontstaat hoop en dat is goed, want hoop is nodig om te geloven in de toekomst van hun kinderen. Maar er ontstaat ook een grote verwachting naar mij en naar Child-Help toe. Alle NGO’s haakten af en nu is er een blanke man die hetzelfde heeft meegemaakt en interesse vertoont voor hun reële problemen. Hun verhalen zijn universeel, hun problemen onopgelost,

hun honger naar informatie en enig zicht op verandering legitiem. 

Door de taalverschillen kan ik de moeders niet samen zetten zodat zij mekaar zouden vinden en misschien een initiatief zouden nemen. Want ik vind het moeilijk om verandering te bewerkstelligen zonder de inzet van deze ouders. Het armste land van de wereld geteisterd door geweld en extreme droogte zit met een Babylonisch taalprobleem en is door zijn miserie afgesneden van de wereld. Wie gaat er nog naar Niger?
Professor Samula en Dr. Delalange bespreken de dossiers met de staf en studenten geneeskunde

Een moeder vraagt ‘en wat nu?’.  ‘Jullie zijn hier als zo dikwijls geweest. Jij gaat weg en hier verandert er niets. Ik kom van ver wat moet ik aan mijn man zeggen?’ Ik ben hier voor het eerst stamel ik. Ik geef haar mijn adreskaartje als middel om contact te houden. Haar vraag is brandend terecht. Meteen zal hier niets veranderen. Mijn naamkaartje voelt als een schaamlapje en geeft geen antwoord op ‘wat nu’. Deze moeders blijven met hun kinderen achter. Terwijl ik wat beteuterd nadenk wat te zeggen, ontstaat er plots chaos omdat iedereen een kaartje van me wil. Het lijkt wel de voedselbedeling in een vluchtelingenkamp. De kaartjes staan voor iets, als was het maar om iets concreet van mij mee naar huis te nemen. Een teken van hoop, een verlangen naar verandering. 
De moeders worden voor een klinisch onderzoek weggeroepen, maar ze willen niet weg. Hun programma van de dag moet verder gaan en ik verlaat beduusd de speelzaal. 

Samula die tot het einde bleef is onder de indruk. We moeten nu iets doen.  
Liever vandaag dan morgen. Wij spreken niet over de incontinentie omdat we er geen oplossing voor hebben, maar dat is wel hun grootste probleem. Ik stel hem voor een verpleegster te zoeken die interesse heeft om hier een continentie project op te zetten. Child-Help kan haar van materiaal voorzien en een plaats vinden in Afrika waar ze kan worden getraind. Maar waar kan zij dan werken? ‘In mijn departement’, antwoordt Samula. 
EEG voor dit jongetje met epilepsie

Bij het ontbijt schuif ik bij de Franse ploeg aan. Hoe zien jullie onze samenwerking verder? Olivier en Martine zijn blij met de interesse van Child-Help om voor een stuk de follow-up op te nemen. Ze zien ons als de experten en vragen niet liever dan hiervoor samen te werken. Martine kaatst de bal terug: Child-Help heeft toch ervaringen, hoe doe je dat in andere landen? Child-Help gaat in principe in op een lokale vraag van een potentiele partner. Die hadden we niet, maar nu wel met Samula die de noodkreet van de ouders heeft gehoord. Daarbij profiteren we van de vruchtbare relatie die Teo2004 over de jaren heeft opgebouwd.

In het ziekhuis vraag ik om een beleeftijdsbezoekje bij de algemene directeur van het ziekenhuis te brengen. Het is van belang het management mee te hebben. Samula vertelt het hele verhaal van Teo2004 aan de nieuwe directeur en wat er jaar na jaar met hen is opgebouwd, EEG, endoscopie, de speelzaal, internationale uitwisseling van studenten en hoe Child-Help daaraan werd toegevoegd. Hij heeft de noodkreet van de ouders gehoord en dat de follow-up deze kinderen zoals door Child-Help voorgesteld wordt op het werk van Teo geënt kan worden. Het is een logische volgende stap.

de witte ballonen worden niet gekozen
Hoewel er een staking is van verpleegsters en ander personeel heeft Samula toch kunnen regelen dat de plannen van Teo kunnen doorgaan. Ik bezoek de kinesitherapie waar alleen het diensthoofd de wacht houdt. De andere zijn ook aan het staken. Zij zien veel kinderen met spina bifida en hij denkt dat in zijn afdeling een continentie managementproject kan worden uitgebouwd. De lokalen lijken er alvast voor geschikt. Twee dagen in de week zijn voorbehouden voor kinderen.

Met Martine doe ik de zaalronde van kinderen die geopereerd zijn of op verder behandeling wachten. Ik vind het spijtig dat er geen pediater van het ziekenhuis deze zaalronde mee doet. De dienst zou zo verrijkt worden met een lokale pediater zoals Martine. Maar de pediaters focussen op ondervoeding en infecties, zij komen maar naar de neurochirurgie wanneer ze gevraagd worden.

Ik ben gecharmeerd door de liefde waarop de Franse verpleegster met en over de kinderen spreekt. De meesten van de kinderen doen het goed. Ik zie hier correcte geneeskunde. Intussen versiert de Franse animatrice de bedden met (helaas geen latexvrije) ballonnen en de kinderen krijgen speeltjes. De moeders kiezen de kleur van de ballonnen. Alle witte schieten over. Terecht, hier is al wit genoeg

Ik spreek de enige vader die op de ziekenzaal aanwezig is aan. Hij is van Tahoua, een stad op 500 km van Niamey. Hij is onderwijzer en regionale vertegenwoordiger van zijn streek. Zijn dochter kreeg een shunt maar wacht op een tweede operatie.  Hij betaalde 115 euro voor de shunt en is al 37 dagen hier in het ziekenhuis, zucht hij. De wachtlijst weegt. Iemand als hij zou een vereniging van ouders kunnen bezielen. Ik vertel hem dat ik ook vader ben en in mijn land veel geleed heb van andere ouders. Dat zou ook hier nuttig zijn. Hij pleit voor een meer regionale aanpak. De afstand is moordend. Ik pleit om lokaal, met drie vier andere gezinnen samen te komen. Als was het bij de start een klein groepje om op te komen voor de noden en rechten van hun kinderen. We maken een selfie en wisselen gegevens uit.
de speelzaal werd gebouwd door Teo2004
Martine begint neurologische consultaties en Olivier een operatie. In de namiddag zijn er lezingen gepland. Na de lunch neem ik afscheid van de Franse groep in het volgestouwde bureeltje van Samula. Wat een formidabele uitdaging om voor deze ouders verschil te mogen maken en wat een luxe te kunnen bouwen op wat Teo2004 hier al heeft ontwikkelt.
Er is zoveel te doen, zoveel lijden, zoveel onrecht dat ongezien blijft.

Ik las inmiddels het hele boek van Dambisa Moyo dat geniaal maar voor mij veel te economisch is. Ze heeft gelijk wanneer ze zegt dat de decennialange hulpprogramma’s voor Niger, de bevolking niet uit de armoede heeft gehaald en misschien zelfs mee de oorzaak is dat er niets aan de situatie verandert. Ze pleit dat landen investeren in infrastructuur die economie aantrekt en stimuleert.  Ze onderstreept dat blijvende hulp een averechts effect heeft en de lokale bevolking verlamd. 
Daar moeten Child-Help en Teo2004 alert voor zijn. Projecten mogen niet van ons afhankelijk zijn.  Wij willen op termijn ons overbodig maken zegt Olivier.
Sleutels tegen het onrecht dat deze moeders ondergaan geeft ze niet. Tenzij, wanneer een land economisch groeit zal ook de gezondheidszorg verbeteren. 
De kinderen in Niger kunnen niet jarenlang wachten op haar economisch herstel. Zij zijn incontinent onder een brandede zon van 40° in de schaduw. 
Maar Dambisa Moyo heeft gelijk, het is hun land, hun verkozenen, hun gezondheidszorg en het zijn vooral hun kinderen. 


Ik ben benieuwd of in het vernieuwde koloniaal museum ook aandacht is voor ‘doodlopende hulp’ van de laatste decennia. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Uitgeprocedeerden in pijn

A fig leaf the size of a business card